Foto Hofje de Kalverengang

Hofje de Kalverengang

Prinsengracht 511-523

Gesticht Eind 19e eeuw
Was bestemd voor: RK bejaarde vrouwen.
Huidige bestemming: Woningen en kantoorgebouwen.

Bijzonderheden: herkomst naam.

Beschrijving hofje:

De gang waaraan dit hofje lag en naar werd vernoemd is al heel oud. De naam heeft weinig te maken met kalveren maar gaat terug tot Kalvaarsgang en Kalkvaersgang. Toen Hendrick Jansz. Admirael op 24 september 1624 het huis Prinsengracht 525 op de hoek van de steeg kocht, was hij ‘vaer van de kalcdragers’. In de 17e en 18e eeuw was er maar één vader of opziener van de kalkmeters en –dragers (metselaars en leveranciers van kalk en stenen). Of er in de dertien huisjes die de steeg oorspronkelijk telde, ook kalkmeters- of dragers hebben gewoond is niet bekend.

Bezijden en in het verlengde van de Kalverengang ligt Keizersgracht 384-390. Daar liet Samuel Coster in 1617 de eerste Hollandse Schouwburg bouwen, een houten gebouw dat uitstak boven de huizen aan de gracht. Na vijf jaar had hij blijkbaar genoeg van de niet aflatende kritiek van de gereformeerde dominees en verkocht hij zijn gebouw met de hele inventaris aan het Weeshuis, dat de winstgevende exploitatie van het toneelbedrijf op zich nam. Samen met het Oude Mannenhuis liet het weeshuis een stenen schouwburg bouwen naar een ontwerp van Jacob van Campen, met een zandstenen toegangspoort. Op 3 januari 1638 vond de openingspremière plaats met de Gijbreght van Joost van den Vondel. In 1664 werd er nog meer grond bijgekocht en nu kon een nog grotere schouwburg worden gebouwd, die in 1665 werd geopend. Deze schouwburg brandde af op 11 mei 1772, alleen de stenen poort bleef in tact. Het erf van de schouwburg werd op 17 augustus 1772 geveild en voor fl. 27.500 verworven door het RCOAK dat hier zijn hoofdvestiging stichtte. In de loop der tijd was dit uitgegroeid tot een complex dat doorliep tot Prinsengracht 495-252, dus inclusief de Kalverengang. De hofjeshuizen waren aan het eind van de 19e eeuw, gedeeltelijk tegen de muur van de oude schouwburg aangebouwd.

Het hofje biedt huisvesting aan alleenstaande vrouwen, tegen een verminderde huurprijs. Voorwaarden voor plaatsing: Rooms-Katholiek, leeftijd tussen de 50 en 65 jaren en enige tijd in Amsterdam woonachtig. Plaats voor 28 vrouwen. Zo werd het nog vermeld in de Gids voor de Maatschappelijk werker uit 1964.

Uit een interne notitie van het RCOAK van januari 1974 blijkt dat er op dat moment nog maar twee dames woonden, de overige 26 dames hadden elders een onderkomen gevonden of waren verhuisd naar het Lindenhofje. Reden daarvoor was een grootscheepse restauratie van het gehele complex, die eind jaren zestig in gang is gezet, en meer dan tien jaar in beslag heeft genomen. Als eerste kwam in het voorste deel van Keizersgracht 384 het kantoor van het RCOAK gereed, dat op 5 mei 1973 met het 200 jarig bestaan feestelijk werd geopend. Lang heeft het kantoor er echter niet gezeten. In 1982 heeft het zijn intrek genomen in het eveneens aan de Keizersgracht gelegen Claesz. Reiniershofje. Het gebouw met de karakteristieke zandstenen toegangspoort is sindsdien een hotel. De overige gebouwen en huizen hebben andere bestemmingen gekregen. Vanwege veranderde normen was het niet meer toegestaan de hofjeshuizen voor bewoning te bestemmen, alhoewel dat oorspronkelijk wel in de bedoeling lag. Hier werd toen het architectenbureau van Gerard Prins gevestigd, die de restauratie had geleid.

Vorig Hofje Volgend Hofje