Karthuizerhof

Karthuizersstraat 87-171

Gesticht en gebouwd in 1650
Was bestemd voor: Weduwen (met kinderen) en ongehuwde vrouwen
Huidige bestemming: Normale huurwoningen
Bijzonderheden: architect stadsbouwmeester Daniël Stalpaert

Beschrijving hofje:

Op 28 februari 1650 werd op het terrein van het voormalige Karthuizerklooster de eerste steen gelegd van het Huys-zitten-Weduwen-hofe, later Karthuizerhof genoemd. In dit geval geen kerkelijk- of particulier initiatief maar dat van de Huiszitten Meesters van de stad Amsterdam. Het ontwerp werd gemaakt door stadsbouwmeester Daniël Stalpaert: vier bakstenen vleugels om een ruim binnenplein, voorzien van twee pompen. En zo staat het er nog steeds. De driehoekige frontons op de binnenplaats bevatten het wapen van Amsterdam (drie Andreaskruizen) en het oude zegel, het Amsterdams Koggeschip.

Voor die tijd werden vrouwen ondergebracht in zogenoemde Godswoninkjes, waar zij om niet woonden. Dit waren huisjes, in de loop der tijden door gegoeden geschonken en onder beheer van de Huiszittenmeesters gesteld. Zoals de Volderhuisje aan de Heiligenweg, van stadswege gebouwd voor de lakenvolders en in 1584 gekocht door Ytgen Willemsdr. (dochter van Willem Schepel) ter bewoning om Godswille ten eeuwigen dagen door schamele weduwen en arme eerlijke luyden, geschonken aan o.a. de Huiszittenmeesters.

Het hof was bestemd voor ± 100 oudere ongehuwde vrouwen en weduwen met kinderen, waarvan de meisjes tot hun 18e jaar en de jongens tot hun 19e jaar mochten blijven. In vroeger tijden genoten de bewoonsters behalve vrij wonen, een brood, wat kaas, zes stuivers per week en vijfentwintig ton turf per jaar. In 1870 ging het beheer over aan het burgerlijk armenbestuur. Toen dit in 1927 werd opgeheven kwam het onder leiding van de directeur van de gemeentelijke verzorgingstehuizen. In 1985 /1986 is het Karthuizerhof in het kader van de stadsvernieuwing, geheel gerenoveerd en zijn er 65 HAT eenheden in ontworpen. De woningen worden nu verhuurd door het in 1993 geprivatiseerde (voormalig Gemeentelijk) Woningbedrijf Amsterdam, dat sinds 2004 Ymere Wonen heet.

Suyckerhoff-hofje

Lindengracht 149-163

Bijzonderheden: Gevelsteen boven toegangspoort

Beschrijving hofje:

Dit hofje voor protestantse bejaarde vrouwen en weduwen, werd op 4 januari 1667 bij testament gesticht door de gereformeerde Pieter Janszoon Suykerhoff. Het bevindt zich achter een diepe gang en is in een L-vorm gebouwd. De bewoonsters kregen tot de jaren veertig van de vorige eeuw, nog verstrekkingen in natura. Als protestants Godshuis genoot dit hofje sinds 1752 vrijdom van het betalen van de “gemene Landsmiddelen en van der Stede excyns op de Turf“. De bewoonsters waren verplicht elkaar de helpende hand te bieden in voorkomende gevallen.

Na een aantal restauraties aan het eind van de vorige eeuw, waarbij o.a. een gevelsteen is aangebracht die de juiste naam van de stichter vermeldt, bestaat het hofje nu uit 19 woningen, uitsluitend bedoeld voor vrouwen. Criteria zijn dat je op het hofje moet passen, elkaar moet kunnen verdragen en elkaar geen overlast bezorgt, niet veel meer dan normale bepalingen voor huurhuizen. De zorgzaamheid en saamhorigheid onder de bewoonsters is erg groot, maar tevens heerst er de sfeer van ´leven en laten leven´ een vorm van sociale controle in de positieve zin. Het hofje is eigendom van de Stichting De Drie Hofjes, (Suyckerhoff-hof, Hofje Venetiae en voorheen Everdina de Lanoyhof) die ook het beheer heeft.

Lindenhofje

Lindengracht 94-112

Beschrijving hofje:

De geschiedenis van het Lindenhofje gaat terug tot 1616 toen de Waterlandse Doopsgezinden erven kochten om ‘behoeftige weduwen’ ondersteuning te bieden. Het complex bestond oorspronkelijk uit twee dwarsvleugels met elk vijf huisjes en daartussen een bleekveld. Met daarvoor aan de gracht een poortgebouw met vier huurhuisjes. Toen het in 1801 herstel behoefde, werd het verkocht aan het R.C.O.A.K. waardoor het niet alleen een katholiek hofje werd, maar tevens bestemd werd voor oudere echtparen.

De opzet is in loop der tijd niet wezenlijk gewijzigd, de bebouwing wel. Na aankoop van de panden 94 en 96 verrees er in 1885-1886 in opdracht van het R.C.O.A.K. een nieuw complex op de Lindengracht ter breedte van zes huisjes, naar ontwerp van J.H. Coelewei. Langs de gracht heeft de gevel nu nog steeds zijn 19e eeuwse uiterlijk. Daarachter is wel veel veranderd, als gevolg van de omvangrijke verbouwing waar de bouwkundige L.C.D. van Hecke in 1939 voor tekende. Daarbij werden de twee zijvleugels aan de binnenplaats opnieuw opgetrokken in een eenvoudige, traditionele woonhuisvormgeving. De te huisvesten echtparen kregen de beschikking over een woonkamer, slaapkamer, keuken en (berg-)zolder. Door de plaatsing van de vertrekken aan de binnenplaats kon er voldoende licht binnenvallen. De gang liep achter de keuken en slaapkamer langs naar de woonkamer en kreeg indirect licht door drieruits bovenlichten. Ingebouwde kasten zorgden voor een zo efficiënt mogelijk gebruik van de ruimte. In 2004 heeft opnieuw een verbouwing plaats gevonden nadat het R.C.O.A.K. een huurovereenkomst had gesloten met het Leger Des Heils ten behoeve van een kinderhospitium.

Lees verder:
RCOAK: www.rcoak.nl
Leger des heils: www.legerdesheils.nl

Constantiahofje

Willemsstraat 149-165

Bijzonderheden: Filantropische woningbouw, architect P.J. Hamer

Beschrijving hofje:

Dit hofje behoort evenals het Concordiahofje Noord, Concordiahofje Zuid en het Hof van Parijs tot de zogenoemde filantropische woningbouw. Het was bestemd voor oudere werklieden die hier gratis woonden. Het werd gebouwd in opdracht van de Stichting voor den Ambachtsstand-Constantiawoningen, in 1863 opgericht door Josua van Eik, die daartoe percelen had opgekocht en laten afbreken. Van Eik was tevens voorzitter van de ‘Vereeniging ten behoeve van de Arbeidersklasse’ (VA), opgericht in 1852 met als doel het bouwen van betere woonvoorzieningen voor arbeiders. Ook deze eerste woningbouwvereniging, kocht vanaf 1854 perceeltjes en erven, om er mettertijd hele woonblokken voor in de plaats te bouwen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de woningen van Constantia en de VA overgegaan naar de gemeente en in het kader van de stadsvernieuwing gerenoveerd. Ze worden nu verhuurd door het in 1993 geprivatiseerde (voormalig Gemeentelijk) Woningbedrijf Amsterdam, dat sinds 2004 Ymere Wonen heet.

De Willemsstraat ontstond pas na de demping van de Goudsbloemgracht in 1875, mede op instigatie van de VA en genoemd naar haar beschermheer Koning Willem III. De Goudsbloemgracht ook wel Fransche Pad genoemd, was voordien niet veel meer dan een stinkend slootje, met aan weerszijden een modderig pad.

 

Raepenhofje

Palmgracht 28-38

Bijzonderheden: sluitsteen met de letters P.A. en een raap in de voorgevel.

 

Beschrijving hofje:

Het Raepenhofje werd in 1648 gesticht door Pieter Adriaanszoon Raep, uit de erfenis van zijn vader. Van de huuropbrengst van het huis naast Krasnapolsky, in opdracht van zijn vader in 1632 gebouwd, zou jaarlijks tweehonderd gulden voor het onderhoud van het hofje bestemd zijn. Raep was gedurende 24 jaar Thesaurier Extraordinaris van de stad. Boven de poort bevindt zich een gevelsteen, een raap voorstellende, waaronder de letters P.A. Daarboven vinden we nog een steen met het wapen van de stichter en het jaartal 1648. Vondel maakte een gelegenheidsgedichtje:

Peter Raep, de Tresaurier Bouwde uit mededogen hier ’t Weduwen- en Weezenhof; Men gebruik’ het tot godts lof.

En in het voorportaal staat de tekst: Salig syn de Vreedsame, want sy sullen Godts kinderen genaamt worden. In 1765 bestond het hofje uit twaalf woningen. Zes huisjes waarboven zes kamers, alleen bewoond door vrouwen, die ieder behalve vrije woning, jaarlijks vijfentwintig manden turf genoten. Reeds twee eeuwen lang staat er een letter L op de deurkozijnen geschilderd, ten teken dat de bewoonsters lidmaten van de gereformeerde kerk waren.

Anna Raep, de zuster van de stichter en diens enige erfgename, was door hem aangewezen om samen met haar schoonzoon Frederik Symonsz. van Huysen, het Raepenhofje te beheren. Via haar dochters en aanhuwelijking kwam het regentschap in 1697 aan Anthony Bruyningh en vervolgens van vader op zoon. Toen de laatste mannelijke telg uit het geslacht Bruyningh overleden was, traden diens twee zusters als regentessen op. Via een dochter van Catharina Francina Bruyningh, een van hen, kwam het beheer in handen van H. J. Heshuysen. de oom van de huidige regent G. Heshuysen, die zijn zoon benoemde tot mederegent. Het is te danken aan voornoemde H. J. Heshuysen dat er in 1905 een regentenkamer is gekomen, waarvoor een kamer aan de straatzijde werd opgeofferd. In 1957 is het hofje met een subsidie van Gemeente, Rijk en Provincie gerestaureerd en zijn keukentjes aangebracht en WC´s, die daarvoor buiten waren. Zo ongeveer vermeldt Alings het in 1965 en op dat moment genoten de bewoonsters nog steeds vrij wonen en water. Eind jaren zeventig woonden er al werkende vrouwen, maar moesten zij nog wel protestant zijn. En er was nog een heg die de tuin met het Bossche Hofje scheidde.

Heden ten dage wordt het hofje nog steeds beheerd door nazaten van voornoemde regenten. De negen wooneenheden worden verhuurd aan vrouwelijke studenten die er mogen blijven wonen na hun studie, maar weg moeten als zij willen samenwonen. Twee van hen zijn opzichteressen en onderhouden de contacten met het bestuur. Ook bewaren zij de brieven die kandidaat bewoonsters moeten schrijven als zij in aanmerking willen komen om er te wonen. Wanneer er iemand weggaat doen zij een voorstel aan het bestuur, dat uiteindelijk beslist. ´s Nachts gaat de poort op slot en de tuin wordt samen met de bewoonsters van het Bossche Hofje onderhouden. Verder zijn er geen regels meer, behalve dat je moet passen op het hofje.

Bossche Hofje

Palmgracht 20-26

Bijzonderheden: een plaquette in de muur herinnert aan de overdracht:

Op 15 mei 1997 door regenten van de Stichting Arent Dirksz. Bosch Hofje Mw. M.A.C.C. van Marken en Mw. E.C. Gelderman De panden Palmgracht 20-26 voor blijvend Behoud overgedragen aan Vereniging Hendrick de Keyser

 

Beschrijving hofje:

Het Bossche Hofje werd omstreeks 1648 gesticht door de doopsgezinde koopman Arend Dirckszoon Bosch. Het bestond uit een viertal huisjes, elk met een bovenkamer, zodat het acht woningen had. De oude behoeftige bewoners genoten alleen vrije woning. De huisjes die na WO II onbewoonbaar verklaard waren, zijn in 1952-’53 gerestaureerd en bewoonbaar gemaakt voor vier dames. De deuren hebben geen brievenbussen omdat die er oorspronkelijk niet inzaten; daarom hangen er aan de muur kastjes die er oorspronkelijk niet hingen. Er zijn twee boven- en twee benedenwoningen, welke laatste geen toegang meer hebben tot de zolder. In de kozijnen zitten ramen met een 18e eeuwse roede verdeling.

In 1997 is het hofje overgedragen aan de Vereniging Hendrick de Keyser, en is de stichting opgeheven. Er wonen nog steeds vier vrouwen en voor zover bekend is het niet toegankelijk voor mannen, er zijn echter geen leeftijdscriteria meer. Er is geen conciërge en er is geen reglement meer, maar er zijn wel een paar regels waar de bewoonsters zich aan moeten houden, zoals het sluiten van de poort ´s avonds en het bijhouden van de tuin. De grond waarop het Bossche Hofje staat, is op dezelfde dag in 1648 aangekocht als die van het Raepenhofje. In vroeger jaren was er nog een duidelijke scheiding, maar tegenwoordig delen zij een gezamenlijke tuin.

Lees verder: Vereniging Hendrick de Keyser www.hendrickdekeyser.nl