P. W. Janssenhof

Da Costastraat 44-58

      Standbeeld PW. Jansen Bellamyplein.

Gesticht in 1894
Was bestemd voor: Gezinnen en alleenstaanden met kinderen van alle gezindten.
Huidige bestemming: Alleenstaanden boven de 55 jaar.

Bijzonderheden: Filantropische woningbouw, architect P.J. Hamer.

Beschrijving hofje:
Dit hofje is gesticht door de filantroop Peter Wilhelm Janssen, die het echter niet zijn naam gaf, daar was hij de man niet naar. Hij noemde het Nederlandsch – Duitsche Stichting, hetgeen nog steeds te lezen valt in een steen boven de ingang van het beheerdershuis, waarbinnen zich ook de regentenkamer bevindt. Janssen werd in 1821 in Duitsland geboren, op het Oostfriese waddeneiland Wangeroog. Op 15 jarige leeftijd ging hij in de leer bij een handelshuis in Bremen, waar hij de weg leerde kennen in de wereld van graan en tabak. Toen hij 21 was vertrok hij naar Amsterdam, waar hij meer mogelijkheden zag voor zijn ambities. Hij trad in dienst bij de Firma Lavino en na vijf jaar begon hij voor zichzelf. Hij trouwde met de Amsterdamse Folmina Peters, kocht een huis aan de Herengracht en verwierf in 1865 de Nederlandse nationaliteit. In 1867 kwam hij in contact met de koopman Jacob Nienhuys, die zijn interesse wist te wekken voor de handel in tabak vanuit Oost Sumatra. Nog in datzelfde jaar werd de Delimaatschappij opgericht, met Nienhuys en administrateur Cremer in Indië en Janssen als directeur en grootste aandeelhouder in Amsterdam. De Delimaatschappij groeide uit tot een van de rijkste ondernemingen in Indië, en Amsterdam werd wereldmarkt voor tabak. Janssen zou er schatrijk mee worden.

Nadat Janssen de grond had gekocht en architect Hamer een ontwerp had gemaakt, nodigde hij vijf Amsterdamse notabelen uit om zitting te nemen in het bestuur. Daaronder zijn twee vrienden J. F. L. Blankenberg van het genootschap ‘Liefdadigheid naar vermogen’ en J. B. Westenberger van de ‘Deutsche Hülfsverein zu Amsterdam’, die tevens een belangrijke rol zouden spelen bij het selecteren van Nederlandse- en Duitse kandidaten. Kandidaten moesten minstens 10 jaar in Amsterdam wonen, aantoonbaar in behoeftige omstandigheden verkeren, maar niettemin over enig inkomen beschikken. Voor de Duitse kandidaten gold hetzelfde, alleen moesten zij van oorsprong uit Duitsland afkomstig zijn. Op 15 oktober 1895 werd het hofje feestelijk geopend met een bijeenkomst voor genodigden in de regentenkamer. De week daarop was uitgetrokken om geïnteresseerden uit politieke-, kerkelijke-, bestuurlijke- en liefdadigheidsorganisaties, rond te leiden in het hofje en daar werd druk gebruik van gemaakt. En op 22 oktober konden de eerste bewoners het hofje in gebruik nemen. Tien huizen bestaande uit 56 woningen, waarvan 8 twee- en 48 eenkamerwoningen, boden gratis onderdak aan 91 bewoners. De beheerder, een timmerman was al eerder geïnstalleerd. Naast het verrichten van onderhoudswerkzaamheden, moest hij toezien op het naleven van het Huishoudelijk Reglement, dat door iedere bewoner gelezen en ondertekend moest worden.
Naast het hofje waren vier woonhuizen gebouwd, waarvan de huuropbrengst de kosten van het hofje zou moeten dekken. Toen dit onvoldoende bleek te zijn, liet Janssen aan de overkant samen met Pijnakker nog een rijtje huizen bouwen, waarvan de huuropbrengst ten goede kwam aan de stichting. Hij wilde de bewoners ook op langere termijn, verzekeren van gratis wonen. In 1947 werden de statuten gewijzigd, de Duitse afdeling werd opgeheven en het hofje zou voortaan Nederlandse Woning Stichting heten. In de jaren zeventig voldeed het hofje niet meer aan de eisen van de tijd. Na een ingrijpende verbouwing, waarbij ook de huurhuizen bij het hofje betrokken werden, bestond het uit 48 tweekamerwoningen. Ondanks de invoering van huur en een subsidie raakte de stichting in financiële problemen en een faillissement dreigde. In 1991 werd het hofje met schuldenlast overgenomen door de Algemene Woningbouw Vereniging. Hierbij werd de naam van het hofje wederom veranderd, dit keer in de naam van de stichter. De AWV verhuurt de woningen aan alleenstaande mannen en vrouwen boven de 55 jaar met een laag inkomen. De stichting is in 1979 opgeheven.

P.W. Janssen was een sociaal bewogen man. Al voor hij dit hofje stichtte had hij op verschillende plaatsen in het land woningen, tehuizen, opleidingen, een sanatorium en nog veel meer gerealiseerd. Daarnaast gaf hij grote bedragen aan initiatieven van anderen zoals ‘Ons Huis’ in de Rozenstraat, altijd gericht op de nood van de minstbedeelden. Na zijn dood in 1903 werd er een comité opgericht om zijn nagedachtenis levend te houden. Grote bedragen kwamen uit de zaken- en liefdadigheidswereld, maar ook uit al die plaatsen waar hij iets had nagelaten, kwamen zakjes met centen, dubbeltjes en kwartjes. Met toestemming van de gemeente werd op het Bellamyplein een plantsoen ingericht, waar ouderen even rust kunnen vinden. En op zijn verjaardag 8 juli 1907 werd een bescheiden borstbeeld onthuld. Het staat er nog steeds.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *