Fontainehofje

Valeriusstraat 198

                        Regentenkamer

Gesticht in 1753 gebouw van 1913
Was bestemd voor: Personeel.
Huidige bestemming: Vrouwen boven de 50 jaar met een laag inkomen.

Bijzonderheden: oude gevelsteen met wapens en de vermelding:

Fontaine – Hoffie
Gestigt door Vrouwe Petronella Calkoen
Wed. de Ed. Heer Mr. Ioan Fontaine, in syn
Ed. leven Schepen en raad deser stad.

Beschrijving hofje:
Het Fontainehofje is in 1753 bij testament gesticht door Petronella Calkoen, weduwe van Mr. Joan Fontaine, naar wie het hofje is genoemd. Het bestond uit zes huisjes met beneden en bovenwoning aan een bestrate plaats en nog twee woningen aan het eind van een bloementuin, verscholen achter het huis Keizersgracht 47-63. In dit huis met een deftige opgang, bevond zich de regentenkamer en de woning van de opzichteres. De ingang van het hofje was daaronder. Het was bestemd voor Petronella´s personeel, dat zo tot het graf verzekerd was van een gratis onderkomen en er werd zelfs een soort bestaansminimum in stand gehouden. Toen op de Keizersgracht het nieuwe gebouw van St. Johannes de Deo kwam, is het huis en het hofje afgebroken. Maar de pomp en de gevelsteen uit het front van het grachtenhuis, gingen mee naar de Valeriusstraat. De pomp kreeg een plaatsje in de tuin en de oude gevelsteen, met de wapens en een drie-regelig vers, werd ingemetseld in de buitenmuur.
Petronella liet uit haar huwelijk met Joan Fontaine geen kinderen na. Een van hun twee kinderen stierf vlak na de geboorte. En na de dood van Joan in 1731 verloor Petronella in 1736 ook haar toen 15 jarige dochter. Haar nalatenschap ging naar haar neven Calkoen, die ook de eerste regenten werden. In de 18e eeuw genoot Petronella, die veel belangstelling had voor het bereiden van voedsel, enige bekendheid met haar recepten en middeltjes tegen verschillende kwalen.

De Stichting Het Fontainehofje is nog steeds in handen van de familie Calkoen, afstammelingen van de stichtster. En de directrices van het hofje zijn altijd leden van deze familie geweest. Uno en Floris Calkoen zijn de huidige regenten en Gigi Calkoen woont met haar gezin in het directricehuis. In een eerdere periode (1978-1988) is Gigi nog directrice geweest, toen waren de regels ook nog veel strenger, maar nu noemt zij zich liever beheerder van het hofje. Oorspronkelijk bevatte het hofje twaalf woningen, zes beneden en zes boven, te bereiken via de tuin. In de jaren zestig van de vorige eeuw, is bij de restauratie dit aantal teruggebracht tot zes, nu tweekamerwoningen, voorzien van een keukentje en badkamer. Ook de regels zijn aangepast aan de huidige tijd. Naar religie wordt niet meer gevraagd en moesten de vrouwen vroeger om 10 uur ´s avonds binnen zijn, nu heeft iedere bewoonster een eigen sleutel. Belangrijker wordt het geacht of iemand in het hofje past.
Van een paar regels wordt echter niet afgeweken, het hofje is nog steeds bestemd voor vrouwen van boven de vijftig jaar, met een laag inkomen. Ook al worden de huidige bewoonsters er niet meer toe verplicht, er leeft binnen het hofje nog wel een gevoel van saamhorigheid. Zo wordt er sinds een aantal jaren gezamenlijk oud- en nieuw gevierd, niet omdat het moet, maar omdat het zo ontzettend gezellig is. En bij de viering van het 250 jarig bestaan in 2004, hebben de bewoonsters een eigen receptenboekje samengesteld, in de geest van Petronella. Haar boek met “kook- en stoofmodellen” waarin zij haar recepten had opgetekend, was ooit in het bezit van een andere tak van de familie en bleek niet meer te traceren. Jammer, want Gigi had het bij deze gelegenheid graag opnieuw uitgegeven.

In de regentenkamer, gelegen in het directricehuis, bevindt zich het 18e eeuwse meubilair en een nog uit de 17e eeuw bewaard gebleven schoorsteen. Daar hangen ook de portretten van Petronella Calkoen, Joan Fontaine en hun dochtertje.

Fernandes Nuneshuis

Nieuwe Kerkstraat 16

Gesticht in 1786
Was bestemd voor: Portugees-joodse vrouwen boven de 60 jaar.
Huidige bestemming: Onbekend.

Bijzonderheden: het huis bevat twee gevelstenen.

Beschrijving hofje:
Dit Portugees-Iraelitisch hofje werd bij testament gesticht door Joseph Fernandes Nunes. Het bood vrije woning aan behoeftige oude vrouwen, ongehuwd of weduwen van de nederl.- portug.- israel. Gemeente. De zes kamers, gelegen boven de bewaarschool van die Gemeente, werden dubbel bewoond, waardoor het hofje plaats bood aan 12 vrouwen. Een daartoe afgezonderd kapitaal strekte tot het nodige onderhoud der kamers, over welke het beheer steeds was opgedragen aan de naaste bloedverwanten van de erflaters. Alleen twee gevelstenen boven de grote dubbele deuren in het midden doen nog aan dit hofje herinneren. De bovenste met:

-Fernandes Nunes Huis-

En een tweede met bovenaan een tekst in het Hebreeuws en daaronder:

-Ende de HEERE was met JOSEPH-
-Soodat hij een voorspoedig man was-
– Gen: 39. V2 –

Alings (1965) vermeldt dat dit hofje na de Tweede Wereldoorlog niet is teruggekomen. Uit piëteit en omdat het al zo lang geleden is, heb ik naar de huidige bestemming geen navraag gedaan.

—–

Nieuwe Kerkstraat 16
Hier was het Fernandes Nuneshuis. Dit was een hofje voor arme Portugees-Joodse vrouwen. De gevelsteen is gerestaureerd en er staat een tekst op in het Hebreeuws en het Nederlands. Deze tekst betekent dat het belangrijk is om aan liefdadigheid te doen (Tsedeka). De tekst is: “Ende de Heere was met Joseph, soodat hij een voorspoedich man was”. Joseph Fernandes Nunes had in zijn testament bepaald dat zijn geld voor dit huis bedoeld was.
Dit komt van de Website Joods Amsterdam

Everdina de Lanoyhof

Van Hallstraat 51

Gesticht in 1882 gebouw van 1910
Was bestemd voor: Alleenstaande vrouwen boven de 50 jaar.
Huidige bestemming: Starters en studenten.

Beschrijving hofje:
Een mooi vierkant gebouw tussen de Bentinckstraat en de Clifforstraat heette oorspronkelijk Hofje der Remonstrantse Gemeente. Het werd in 1882 bij testament gesticht door Everdina de Lanoy, die daartoe een bedrag schonk aan de Remonstratse Gemeente. Daarbij had zij nauwkeurig aangegeven hoe het hofje er uit moest zien: twee verdiepingen plus een zolder hoog. Elke woning moest 20 vierkante meter groot zijn en tenminste drie kasten bevatten, waarvan één bij de bedstee, één voor grof aardewerk en één voor etenswaren, porselein en glas.
Het was bestemd voor 28 alleenstaande vrouwen van boven de 50 jaar, die hier vrij wonen genoten. Zij moesten echter wel over voldoende inkomen beschikken voor eigen onderhoud. De band tussen het hofje en de Remonstrantse Gemeente werd aan het eind van de vorige eeuw steeds losser. Eerst ging het beheer over naar de Everdina de Lanoystichting en weer later naar Stichting De Drie Hofjes, waaronder ook het Hofje Venetiae en het Suyckerhoff Hofje vallen. In 2001 werd het hofje verkocht aan woningcorporatie Het Oosten, die het achterstallig onderhoud op zich nam én zich verplichtte het hofje een ‘charitatieve bestemming’ te geven. Omdat er voor starters en studenten te weinig goedkope huurwoningen in Amsterdam zijn, werden zij ‘het goede doel’. In de woningen links van de hal wonen studenten van de HES, waarvoor met de Hogeschool een huurcontract is afgesloten. De woningen rechts van de hal worden verhuurd aan starters. Er is een gemeenschappelijke tuin, een fietsenkelder en iedere bewoner heeft een eigen berging op de grote zolder. De regentenkamer is ontruimd en alle kostbaarheden zijn elders ondergebracht.

 

Hofjen van de Weduwe Roosen

1e Passeerdersdwarsstraat 124-130

Gesticht in 1820
Was bestemd voor: 8 vrouwen.
Huidige bestemming: Normale huurwoningen.

Bijzonderheden: de huisnummers zijn opgehoogd, oorspronkelijk was het 24-30.

Beschrijving hofje:
Over dit hofje is vrij weinig bekend. Het werd in 1820 gesticht en uit een fonds werden de benodigde middelen geput. De huisjes dateren uit de tweede helft van de achttiende eeuw. De vier huisjes met bovenverdiepingen onder één dak waaruit dit hofje bestaat, boden ‘vrij wonen’ aan acht vrouwen. Daarnaast ontvingen zij een uitkering van 150 gulden per jaar.
Dit hofje dat de naam draagt van de stichteres, heeft geen tuin of binnenplaats. Voorheen behoorde ook een huis aan de Lange Leidsedwarsstraat 103 tot de stichting, dat voor drie vrouwen bestemd was.
Het hofje is nu eigendom van de Diaconie van de Protestantse Gemeente Amsterdam, die de huisjes verhuurt.

Concordiahofje Zuid

Elandsstraat 183-197

Tuin met achteruitgang Lijnbaansstraat

 

 

 

 

 

 

Gesticht in 1858-59
Was bestemd voor: Arbeiders
Huidige bestemming: Normale huurwoningen.

Bijzonderheden: Filantropische woningbouw, architect P.J. Hamer
Aan de Lijnbaansstraat is een achteruitgang.

Beschrijving hofje.
Dit hofje behoort evenals het Constantiahofje, Concordiahofje Noord en het Hof van Parijs, tot de zogenoemde filantropische woningbouw.
C.P. van Eeghen, zakenman en filantroop, liet dit hofje bouwen op de plaats van door hem opgekochte percelen. Tussen 1858 en 1860 werden de verschillende blokken die samen dit hofje vormen gebouwd. Later is het ondergebracht in de mede door van Eeghen opgerichte Bouwmaatschappij ‘Concordia’.* In 1917 zijn de woningen van deze maatschappij overgenomen door de gemeente.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de woningen in het kader van de stadsvernieuwing gerenoveerd. Ze worden nu verhuurd door het in 1993 geprivatiseerde (voormalig Gemeentelijk) Woningbedrijf Amsterdam, dat sinds 2004 Ymere Wonen heet.

* Opgericht in 1864 uit de particuliere bezittingen van C.P. van Eeghen en Mr. H.S. van Lennep, die beiden nauw betrokken waren bij de ‘Vereeniging ten behoeve van de Arbeidersklasse’.

 

Hof van Parijs

Elandsstraat 158-178


Gesticht in 1858 Panden van 1903
Was bestemd voor: Arbeiders.
Huidige bestemming: Normale huurwoningen.

Bijzonderheden: Filantropische woningbouw, architect P.J. Hamer

Beschrijving hofje:
De huidige Elandsstraat werd voor het ontstaan van de Jordaan het Margrietenpad genoemd. Tussen de nummers 158-178 bevond zich een brede inham met de naam ‘Het Hof van Parijs’. De naam ‘t Hof van Parijs zou afkomstig zijn van een uithangbord dat daar in de 17e eeuw voor de ingang pronkte, om een herberg voor Franse vluchtelingen aan te duiden. In de negentiende eeuw was dit een binnenhof met dertig huisjes, te bereiken via de zogenoemde Boerengang. Een berucht miserabel slop, woonplaats van kleine negotieanten, morgensterren en kwartjesvinders, de allerarmsten dus en het wemelde er van het ongedierte.
In 1858 heeft P.C. van Eeghen het Hof van Parijs gekocht en dit laten opknappen. Hoewel verbeterd bleef het slop-karakter bestaan: een tiental inpandig gelegen huisjes waren via twee overbouwde gangen vanaf de Elandsstraat toegankelijk. In 1902 is alles door de inmiddels opgerichte Bouwmaatschappij ‘Concordia’* afgebroken en in 1903 met nog wat aangekochte panden herbouwd. Dit hofje behoort evenals het Constantiahofje, Concordiahofje Noord en Concordiahofje Zuid tot de zogenoemde filantropische woningbouw.
In 1917 zijn de woningen van deze maatschappij overgenomen door de gemeente.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de woningen in het kader van de stadsvernieuwing gerenoveerd. Ze worden nu verhuurd door het in 1993 geprivatiseerde (voormalig Gemeentelijk) Woningbedrijf Amsterdam, dat sinds 2004 Ymere Wonen heet.

* Opgericht in 1864 uit de particuliere bezittingen van C.P. van Eeghen en Mr. H.S. van Lennep, die beiden nauw betrokken waren bij de ‘Vereeniging ten behoeve van de Arbeidersklasse’.

 

Hofje Venetiae

Elandsstraat 106-138

Gesticht in 1650 Gebouwen van kort na 1650,
begin 18e eeuw en 1904
Was bestemd voor: Protestantse vrouwen van boven de 50.
Huidige bestemming: Vrouwen en aan de straatzijde mannen.

Bijzonderheden: vroeger was er een achteruitging op de Lauriergracht 97.

Beschrijving hofje:
De stichter van dit hofje was een zeventiende eeuwse koopman en Kassier van de VOC Jacob Stoffels. Hij handelde veel met Venetië, vandaar de naam die hij aan zijn hofje gaf. Een eenvoudige deur, met daarboven in de gevel met grote letters uitgehouwen VENETIA , geeft toegang tot een gang met de tekst “Vrede zy met dezen Huize”. Het werd in 1650 gebouwd, 13 woningen ter bewoning van arme weduwen en bejaarde ‘vrijsters’. Toen hij in 1671 overleed maakte hij o.a. Gerrit van Maarloop tot zijn executeur. Na het overlijden van zijn zuster en enige erfgename Anna Stoffels, kwam het bestuur geheel aan Van Maarloop. Omstreeks 1709 liet deze regent er nog 17 woningen bijbouwen, in een sobere classicistische stijl. In die tijd kreeg het hofje bekendheid als ‘Van Maarloopshofje’. Op 2 maart 1685 kreeg het vrijdom van alle lasten en imposten en vrijdom van “Stadts excijnsen” zolang het open stond om daer op te plaetsen ende te ontvangen Fransche Vluchtelingen (Hugenoten), weduwen en bejaarde dochters, die door de Religie vertrocken ende verjaeght souden wesen.
Twee rijen huisjes, die aan de zuid- en westzijde, zijn uit de zeventiende eeuw. De aan de oostzijde gelegen vleugel, waarin het opschrift ‘Liefde is het Fondement’, is uit de eerste helft van de achttiende eeuw. De uit twee verdiepingen bestaande achterbouw, grenzend aan de Lauriergracht, was de jongste uitbreiding van het hofje in 1904. De westelijke vleugel werd in overleg met Monumentenzorg in 1957 gerestaureerd en daarna de zuidelijke vleugel met de poort. Om voor een woning in dit hofje in aanmerking te komen moest men volgens het reglement duizend gulden storten en verder jaarlijks twintig gulden. Nog volgens het reglement van 1905 werd bepaald dat Iedere bewoonster verplicht zal zijn, een van behoorlijke sluiting voorziene, ijzeren of koperen doofpot te hebben, tot berging van het uit te doven en uitgedoofde kolen.

Vermeldenswaard is de archiefkast die al sinds de 17e eeuw op het hofje aanwezig is. De metalen kist weegt meer dan zestig kilo en is van hetzelfde type als de ‘schatkisten’ waarin aan boord van de Oost-Indiëvaarders de gouden dukaten werden opgeborgen. Dat is misschien de reden waarom midden jaren ’70 een paar bouwvakkers, die voor schilderwerkzaamheden op het hofje waren en de kist in een stoffig berghok vonden, ermee aan de sjouw gingen ‘om hem eens bij daglicht te bekijken’. Enige tijd later zochten de regenten de stichtingsakte, die nodig was om het hofje in het stichtingsregister te kunnen laten inschrijven. Toen hij niet op het Gemeentearchief bleek, besloten ze de kist eens open te maken, wat al tientallen jaren niet meer gebeurd was omdat de sloten verroest waren.

 

Bij deze gebeurtenis was naast een deskundige van het Rijksmuseum een slotenmaker aanwezig. De twee hangsloten konden ze niet open krijgen, maar bij het derde -en belangrijkste- slot hadden ze meer succes. Het sleutelgat zat verborgen onder een lip van dezelfde vorm als de geklonken bouten elders op het deksel. De reusachtige sleutel bleek een mechaniek in werking te stellen waarmee tien zware stangen langs de rand van de deksel terugschoven. De inhoud was een verrassing: het verloren gewaande archief van het hofje tot 1824. Een akte uit 1650 was er niet bij; wel een rol perkament uit 1709 die als stichtingsakte kon gelden omdat de regent Van maarloop, die als bouwheer het hofje met 17 woningen had uitgebreid, hierin de definitieve juridische vorm van het hofje notarieel liet vastleggen. Hij bepaalde ondermeer dat er drie regenten zouden zijn die elk één van de drie sleutels van de archiefkast in bezit moesten hebben.

De inhoud van de kist is daarna naar het Gemeentearchief verhuisd. Eén van de documenten is echter teruggevraagd: de perkamenten stichtingsakte uit 1709. De regenten bedachten namelijk met enige schaamte dat deze volgens een ander artikel van dit stuk ten eeuwigen dage in de archiefkast moest worden bewaard. Het Gemeentearchief heeft nu een fotokopie.

Heden ten dage is het hofje aan de binnenzijde -op de huismeester na- alleen voor vrouwen. Aan de straatzijde wonen mannen. Criteria zijn dat je op het hofje moet passen, elkaar moet kunnen verdragen en elkaar geen overlast bezorgt, niet veel meer dan normale bepalingen voor huurhuizen. De zorgzaamheid en saamhorigheid onder de bewoonsters is erg groot, maar tevens heerst er de sfeer van ´leven en laten leven´ een vorm van sociale controle in de positieve zin. Het hofje is eigendom van de Stichting De Drie Hofjes, (Suyckerhoff-hofje, Hofje Venetiae en voorheen Everdina de Lanoyhof) die ook het beheer heeft.

Rozenhofje

Rozengracht 147-181

              Binnentuin tijdens Hofjesconcert

 

 

 

 

 

 

Gesticht in 1740 gebouwen van 1744, 1790 en 1884
Was bestemd voor: 55 protestantse bejaarde vrouwen
Huidige bestemming: Bij voorkeur doopsgezinde vrouwen boven de 50 jr.

Beschrijving hofje:
Dit hofje werd bij testament gesticht door de op 13 augustus 1740 overleden houtkoper Jan de Jager. Het kwam op de plaats waar eerder het pretpark ‘De Nieuwe Doolhof’ heeft gelegen. Het terrein werd omstreeks 1741 aangekocht door de Kas van Collegianten, een hervormde instelling, uit de daartoe bestemde nalatenschap. In 1744 konden de eerste huisjes betrokken worden door bejaarde dames, en in de loop der jaren groeide het hofje, dankzij diverse schenkingen en legaten, uit tot een complex van zo’n vijfenvijftig woningen. Twee oude stenen pompen sieren de binnenplaats, die oorspronkelijk verdeeld was in een vijftal bleekvelden. De oorspronkelijke zandstenen poort werd in 1884 afgebroken en vervangen door het tegenwoordige voorgebouw. In de erker, waarachter de regentenkamer huist, staat “Rozenhofje” met daarboven een roos in een medaillon. In de dakkapel is de oude klok vervat en daaronder zit aan de gevel een lantaarn. Omstreeks 1850 ontvingen de bewoonsters twintig ton turf, drie tarwebroden per week en met kerstmis grutterswaren. In 1890 is het hofje grotendeels vernieuwd.
Wegens leegstand als gevolg van het niet meer voldoen aan moderne wooneisen, heeft het bestuur in 1987 besloten tot een zeer ingrijpende restauratie. Het woningbestand werd van 55 teruggebracht tot 28 woningen. In 1990 werd het hernieuwde hofje feestelijk ingewijd.
Het Rozenhofje is nog steeds eigendom van de oorspronkelijke stichting. Het staat alleen open voor dames boven de 50 jaar, bij voorkeur van Doopsgezinde, althans protestantse opvattingen. Het college van regenten beslist over de toewijzing. Een directrice houdt toezicht op het hofje.

Rijpenhofje

Rozengracht 116-138

Gesticht in 1736 – gebouwen van 1913
Was bestemd voor: Oudere vrouwen.
Huidige bestemming: Mannen en vrouwen boven de 55 jaar.

Beschrijving hofje:
Gerard de Rijp, die blijkbaar niet op goede voet stond met zijn vrouw Debora Gelthouwer, maakte op 22 april 1733 zijn testament op, waarbij hij zijn neven Jan en Jacop de Rijp Centen maakte tot zijn universeel erfgenamen. Echter onder de bedinging dat zij daarvan een hofje zouden stichten, voor arme personen van Doopsgezinde of protestantse huizen.
Boven de ingang aan de Rozengracht staat het jaartal 1747, en dat is niet juist. Het hofje werd gesticht in 1736 overeenkomstig het laatste testament van Gerard van de Rijp, die in 1736 was overleden. De twee zonen van zijn zuster had hij daarin tevens als regent benoemd. Ze zijn hun plicht als bouwheren nagekomen, maar in de bestuurlijke rompslomp hadden zij tenslotte geen zin, want in 1747 gaven zij het beheer aan de doopsgezinde gemeente ‘Lam en Toren’. Deze heeft het hofje in 1830 nog eens uitgebreid met reeds bestaande huizen aan de Rozengracht. In het midden van de 19e eeuw was de regentenkamer een ware pronkkamer, met tenminste acht schilderijen uit de 16e, 17e en 18e eeuw, waaronder twee van Govert Flinck. Deze zijn in 1899 als bruikleen naar het Rijksmuseum gegaan.
Een van de bewoonsters Carolina Louisa Frans, viel op 27 maart 1903 uit haar raam en werd dood in huis gedragen. In het notulenboek staat dat besloten werd voortaan een glazenwasser de ramen op de eerste verdieping te laten schoonmaken. Carolina Frans woonde al vanaf november 1874 op het hofje, en moet toen dus al heel oud zijn geweest. Daar het oude hofje in verval raakte, werd het omstreeks 1910 gesloopt, waarbij de toenmalige bewoonsters tijdelijk huisvesting vonden in het sinds 1909 verlaten Konijnenhofje. Op 10 juni 1913 werd het nieuwe Rijpenhofje officieel in gebruik genomen.
Sinds 1965 horen de achter het hofje gelegen Huizen De Lely in de Bloemstraat bij het Rijpenhofje en vormen samen een geheel. In de vroegere regentenkamer (nu koffiekamer) is op de plaats van een van de raampjes een smal deurtje gemaakt, dat zo de verbinding maakt naar het binnenplaatsje van Huizen De Lely.
Het hofje is nog steeds in eigendom van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente en wordt beheerd door de Commissie Maatschappelijke Zorg. Het staat open voor mannen (sinds 1968) en vrouwen boven de 55 jaar, en er zijn geen religieuze eisen meer, maar Doopsgezinden gaan voor. De jongste bewoonster is één jaar en het kind van twee studenten die in Huizen De Lely mogen blijven wonen tot zij afgestudeerd zijn. Het college van regenten is opgeheven en heeft plaatsgemaakt voor een bewonerscommissie. Aan de voorzijde wonen drie studenten beheerders, die als tegenprestatie hand- en spandiensten moeten verrichten voor de bewoners.

Huizen De Lely

Bloemstraat 129-141 

Gesticht in 1872
Was bestemd voor: Echtparen-lidmaten van tenminste 60 jaar.
Huidige bestemming: Mannen en vrouwen boven de 55 jaar.

Bijzonderheden: oorspronkelijk waren er aan de voorzijde balkons.

Beschrijving hofje:
Deze huisjes daterend van 1872 zijn uit een erflating van L. T. Vogel aan het College van Regenten van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente. De negen woningen waren bestemd voor echtparen-lidmaten van zestig jaar en ouder, die er vrij wonen genoten.
Achter de huizen bevindt zich een smalle binnenplaats over de volle breedte van de huizen, uitmondend in een smal steegje dat als brandgang dient. Uit eerbetoon aan de dominee die zich jarenlang voor het hofje heeft ingezet, heet deze brandgang nu Ds. J. v.d. Meersteeg. De binnenplaats grenst aan de achterzijde van het Rijpenhofje aan de Rozengracht, waarmee Huizen De Lely sinds 1965 een geheel vormt.
Zie verder bij Rijpenhofje.